Over lust en Last
Bezien we de verhoudingen van lust (natuur) en liefde (ideeën wereld), dan slaat de balans meestal uit naar de ideeën, die dan vervolgens het particuliere lichaam kolonialiseren. Kolonisering is last, uitgeoefend op de lichamen. Dit kolonialiseren heeft zolang haar beslag gehad dat er op een gegeven moment psychotherapie aan te pas moest komen om de oorspronkelijke seksualiteit van het lichaam te bevrijden.
Ideeën zijn woorden, en woorden worden voor het lichaam een last. De verplichting van buitenaf werd mogelijk. Want hoe kan een lichaam nog lustig zijn als het zichzelf moet benoemen in een reeks woorden. Niet het particuliere lichaam, maar “Het (algemene) woord werd God”, en met God van de Joden en de Christenen ontstond de moraal. Het lichaam werd door de woorden gedwongen naar de moraal (zede) te leven. En dat doen we nog steeds. De schizofreen was geboren en wel door te luisteren naar ‘zijn’ dwingende normen. De normen van het ‘woord Gods’ wel te verstaan. Want de norm van het woord werd het zijnde. “Het zijnde is, het niet-zijnde is niet” had Parmenides al gezegd. ‘Zijn’ wordt hier als thema van de filosofie ingevoerd en het lichaam als bron van zijn, moest zich er naar schikken. Dit is het ontstaan van de last, als het Andere van lust.
Maar een verbeelding van dat zijnde, in woorden, veronderstelt nog geen heel leven. Dat laatste weten de ideeën (het zijnde) niet, dat weet slechts het particuliere lichaam (ik ben). Daardoor is het goed een onderscheid te maken tussen ‘kennen’ en ‘gewisheid’. Kennen is van de ideeën en dus een constructie. Gewisheid is van het lichaam en gevoel. Het particuliere lichaam (ik ben) en de gewisheid ervan, wordt zo van oudsher voortdurend ertoe gedwongen, door het woord (de kennis) te nemen, en de lust af te leggen, of minstens zijn lust te normaliseren (scholing). Dit noemen we vervreemding in de meest essentiële zin. Denk hierbij ook aan de mode in de literatuur ofwel het stempel van de tijdgeest. Zedelijke normen, geboden en verboden, zijn dan ook van alle tijden, maar zijn niet altijd hetzelfde.
Zo’n vijf honderd jaar v.C zien we de eerste zedelijke normen voor het lichaam verschijnen doordat Plato ‘ideeën’ ontwikkelde (iets buiten het lichaam) én door dat een ‘zelfstandige’ status te geven. Dit hebben we een dronken act genoemd. Zelfs het idee ontstond om mannen onderling te behagen. Ook wel knapenliefde genoemd. Een idee is dus iets anders dan het lichaam. Maar medische kennis, dat wil zeggen ‘kennis’ van het lichaam, komt op. De ideeën van de geest zagen daarna de kans schoon het lichaam te vormen en te kolonialiseren. En scholing, wat zoveel wil zeggen als disciplinering van een lichaam, raakt in zwang. Men noemde de dwingende taal tot vorming van de lichamen: kennis (iets is “objectief” juist, omdat het niets meer met het lichaam als bron van doen heeft). Men gaat dus als het ware voor, of door, een object uit de bol. Analyses van de tijdgeest toen, maken het noodzakelijk ernstig met alcoholgebruik rekening te houden. Zowel mythische, als niet mythische verhalen staan namelijk bol van drankmisbruik en haar fratsen. Ik kom er nog op terug.
Scheiding tussen lichaam en geest is echter een feit (denk aan Plato’s leer) en kennis gaat zodanig het lichaam kolonialiseren, dat het lichaam de zintuiglijke gewisheid verliest. Zintuiglijke gewisheid echter behoort tot het gevoel. Het particuliere lichaam laat zich in de steek door alcohol en voor het Andere object: de kennis. Leven we voor ‘kennis’, dan vertrouwen we niet meer op onze intuïties en de gewisheid van het particuliere lichaam. Dus vertrouwen we ook niet meer op ons lichaam als raadgever. De gewisheid is dan zoek en kan slechts een object worden door een ideeënwereld. Een gevolg hiervan is dat ons lichaam wat de ‘lust’ betreft niet meer is wat het geweest is. We zullen dan ook door de verhalen heen moeten kijken willen we nog een particulier lichaam ontwaren. De oude Grieken manipuleerde immers de lichamen al door hun Goden aanwijzingen te laten geven.
De schrijvers of vertellers, zoals nu vaak dronken voor de benodigde spiritualiteit, legden de Goden vrijheerlijkheden in de mond, waar we nu nog rode oortjes van kunnen krijgen. Zeus bijvoorbeeld was verre van trouw aan zijn gemalin. En wanneer hij een aardse vrouw verlangde dan benaderde hij haar in een dierlijke (lustige) vermomming. Zo veroverde hij bijvoorbeeld Europa in de gedaante van een stier.

Hij, God Zeus, moest echter wel vermomd zijn, omdat de mensen al via het woord wisten dat hij Semele bezwangert had, maar dat hij zijn geliefde had opgegeven door haar tot as te veranderen en haar zoon te redden. Een toonbeeld van ziekelijke preoccupatie met knapenliefde. Homoseksualiteit komt op en wordt norm onder de geestelijken. Zeus, de oppergod, koos zelfs boven zijn geliefde, voor zijn zoon Dionysos, die nu nog als God van de wijn herkent wordt.
Alcohol krijgt hier een betekenis van vitaliteit die boven het genot met het vrouwelijke lichaam geplaatst wordt. Lust wordt door alcohol meer en meer een spirituele aangelegenheid en een drang naar vrijheid. In ideeën wel te verstaan. Ik wil slechts ‘klaarkomen’ moet de achterliggende gedachten zijn geweest want van voortplanting tussen de heren was geen sprake. Deze vrijheden betreffen echter niet de lust. Samen drinken is immers samen de essentie van gevoelens in de steek laten. Want het lichaam was op de eerste plaats verdoofd, en op de tweede plaats was het lichaam na alcohol, slechts verrijkt met ideeën en fantasme. Maar een idee is geen lust, behalve als ‘wil tot weten’.
Idealisme, een onnatuurlijk enthousiasme (want op basis van alcohol), komt in zwang. En de mens gaat ‘dromen’ over lust, in plaats van de lust te beleven. Of deze lustmetamorfose uit schroom voor de particuliere lust voortkwam of enkel uit de dronken staat voortsproot is moeilijk te achterhalen. Ook tegenwoordig zegt men nog steeds dat alcohol seksuele remmingen losmaakt.
Maar we weten inmiddels beter, en de Viagra behoefte is nog lang niet op zijn top. Deze behoefte gaat gelijk op met de toename van alcoholgebruik. Een “brewers drooper” heeft DeNatuurlijkeRoes verdrongen en we zijn het zelfs normaal gaan vinden. De farmaceutische industrie springt handig in op het erectioneel disfunctioneren van de alcohol drinkende man. Tegenwoordig is er voor de man, die op het gebied van seks nog iets wil, pornografie nodig om nog enige prikkel te kunnen bereiken.
Maar we hebben ook vroegere aanwijzingen. Deze aanwijzing dienen toch serieus genomen te worden ondanks dat we de verhalen overgeleverd hebben gekregen die de toets van het orakel van Delphi konden doorstaan.
Want het orakel had toen al lang beslist dat Dionysos (de god van de wijn) definitief tot de mysteriëncultus was toegetreden. En dronken zijn, werd ook voor de schrijvers en vertellers van mythische verhalen een éérste lust. Vrouwen werden alleen in hun fantasie gewaardeerd. We zullen dan ook door het promillagebewustzijn heen moeten kijken om te zien wat het volk, toen, maar ook nu, nog door spreken en het schrift voorgehouden wordt.
Het lichaam is dus vanaf ongeveer tweeduizend jaar voor Christus, en ook daarna door de tijden heen, gekolonialiseerd geweest. Dit werd bewerkstelligd door zogenaamde fatsoensrakkers en hun woordenconstructies. Denk aan politieke leiders, geestelijken en wetenschappers. Betweters die elk contact met de lust verloren hadden. En de nu levende generaties maken de ondergang mee van een liefdesmoraal die de afgelopen tientallen eeuwen in meer of mindere mate het lustleven van de westerse mens gedomineerd heeft.

Het is echter goed ons te realiseren dat door de ideeënleer van Plato slechts de lust, geformaliseerd en gecultiveerd is tot ‘liefdesmoraal’. "Slavenmoraal" zal Nietzsche later zeggen en we zijn weer terug bij last.